Info

Kennisnet podcast

In de Kennisnet podcast hebben we het over onderwijsvernieuwing, innovatieve toepassingen van informatietechnologie in de onderwijspraktijk en digitale geletterdheid.
RSS Feed Subscribe in Apple Podcasts
2017
November
October
September
August
July
June
May
April
March
February
January


2016
December
November
October
September
July
June
March
February
January


2015
December
November
October
September
August
June
May
April
March
February
January


2014
December
November
October
September
June


All Episodes
Archives
Now displaying: 2017

In deze podcasts bespreken we recente ontwikkelingen in ict-technologie in relatie tot (innovatief) onderwijs.
We interviewen onderwijsmensen over actuele thema's in onderwijs en ict (door Frans Schouwenburg en Michael van Wetering). Daarnaast analyseren we technologie-nieuws op relevantie voor scholen en impact op hun ict-plannen (Els Booij, Wietse van Bruggen en Michael van Wetering). Tot slot voert Remco Pijpers gesprekken over digitale geletterdheid. 

Je kunt hier podcasts beluisteren of abonneren in iTunes of je favoriete podcast client.
Feedback en suggesties zijn welkom, b
edankt voor je belangstelling!

Nov 2, 2017

Digitale geletterdheid vanuit christelijk perspectief: hoe pak je dat aan op school? Volgens Steef de Bruijn, hoofdredacteur van het Reformatorisch dagblad en mede-auteur van het boek 'Pelgrim in medialand', kan het christelijk perspectief op digitale geletterdheid nuttig zijn voor iedereen. Hoe je dit aanpakt, hoor je in deze podcast, een nieuwe aflevering in de reeks 'Onder pedagogen'.

Interviewer: Remco Pijpers, strategisch adviseur digitale geletterdheid van Kennisnet. 

Oct 23, 2017

Blockchain in het onderwijs heeft potentie

Snellere toelating tot vervolgopleidingen met eenvoudigere, veilige administratie, duidelijkheid over het volgen van extra vakken, veilige dossieroverdracht, geen kopietjes meer maken van diploma’s en eenvoudigere en snellere organisatie van stages. Blockchain technologie heeft de potentie om dit mogelijk te maken. In deze podcast hoor je meer over blockchain en wat het kan betekenen voor onderwijs.

Wat is blockchain?

We gebruiken internet al decennia voor het uitwisselen van informatie. Maar voor het uitwisselen van waarde - zoals valuta, rechten op literatuur of het uitreiken van een certificaat of diploma voor een opleiding - is het internet niet veilig genoeg.

Blockchaintechnologie biedt de bouwstenen om ‘digitaal vertrouwen’ vorm te geven. Dit gebeurt op een manier waarbij geen centrale, alles controlerende en vaak vertragende autoriteit nodig is. Gegevens worden op een onveranderbare manier opgeslagen met behulp van encryptie. Blockchain staat bekend als de technologie achter Bitcoin, een digitale valuta waarvoor geen regering of overheid garant staat.

Wat maakt blockchain interessant?
Het enthousiasme voor blockchain is enorm en neemt met de dag toe. Blockchaintechnologie heeft de financiële sector flink opgeschud. In andere sectoren zoals het onderwijs denkt men steeds meer na over de mogelijke toepassingen.


De vraag is wat blockchain zo bijzonder maakt? Duidelijk is dat het vertrouwen in grote, centrale instellingen zoals banken en de overheid onder druk staat. In de digitale wereld werken ze vertragend, rekenen kosten en hun toegevoegde waarde wordt betwijfeld. Bovendien hoor je in het nieuws steeds vaker berichten over fraudezaken, corruptieschandalen en hackpogingen bij banken en creditcardmaatschappijen. We willen graag geloven dat er een goed alternatief is.

Blockchain is die belofte voor veel mensen. Het vervangt vertrouwen door sterke encryptie in een samenwerking van ketenpartijen. Die hoeven elkaar niet te vertrouwen, maar moeten wel bereid zijn om hun keten te herbouwen met de blockchaintechnologie.


Wat kan het onderwijs met de blockchaintechnologie?
De verwachtingen zijn hooggespannen, maar buiten de financiële sector blijft het vooral bij proof-of-concepts, pilots en gedachtenexperimenten.

In het onderwijs zien wij een aantal situaties waarin blockchaintechnologie uitkomst kan bieden. Vooral bij de complexere maatwerksituaties in het onderwijs, zoals bij de registratie en verificatie van behaalde resultaten, is snelheid en nauwkeurigheid geboden. Daarbij zal samenwerking tussen verschillende onderwijsorganisaties steeds vaker voorkomen. Blockchaintechnologie kan dit faciliteren zonder de administratieve last in het onderwijs verder te vergroten.

Een voorbeeld is de registratie van onderwijsresultaten, zoals examencijfers of diploma’s. Vervalsing van de administratie van een school is dan praktisch onmogelijk, zoals het achteraf wijzigen van resultaten. Daarnaast is het mogelijk om toegang tot deze gegevens te verlenen aan alleen de juiste personen. Eenvoudig en veilig.

Moeten schoolbesturen al aan de slag met blockchain?

Voor een enkel bestuur of school heeft het niet zoveel zin om concreet aan de slag te gaan. De kracht van deze technologie zit vooral in het bereik ervan: het gaat erom dat je vertrouwen wilt organiseren tussen veel partijen en daarmee administratieve rompslomp voorkomt. Serieuze en wijdverspreide toepassing van blockchain technologie in het onderwijs zal nog minstens 5 tot 10 jaar duren. Het devies is daarom om de technologie goed te volgen, te participeren in pilots waar relevant en daarmee goed voorbereid te zijn op toepassing van deze technologie in de onderwijsketen.

Beluister de podcast
Meer weten over blockchain? In onze de podcast hoor je meer voorbeelden en gaan we dieper in op het onderwerp.

Sep 25, 2017

Onder leerlingen zijn op de basisschool al grote verschillen te merken op het gebied van digitale vaardigheden, vertelt Ewald van Vliet, voorzitter van de Raad van Bestuur van onderwijskoepel Lucas onderwijs in Den Haag. In de nieuwste Kennisnet-podcast gaat hij in op maatschappelijke ongelijkheid en digitalisering in het onderwijs.

In de veranderende wereld neemt de kans op ongelijkheid toe, merkt hij. Niet alleen heeft de onderwijsinspectie dit in een rapport cijfermatig onderbouwd; zelf ziet hij ook dat de verschillen tussen wel en niet digitaal vaardige kinderen verder toenemen. "Er zijn kinderen die voor het eerst op school komen en nog nooit een computer hebben gezien." In andere wijken ziet hij leerlingen die op hun vierde in staat zijn zelfstandig een computer te bedienen en zaken kunnen opzoeken op internet. "Die verschillen zijn niet of nauwelijks in te halen,” zegt Van Vliet. "Die nemen eerder toe dan af."

Interviewer: Remco Pijpers, strategisch adviseur van Kennisnet. 

Aug 29, 2017

Jean-Jacques Rousseau, de Zwitserse Verlichtingsfilosoof uit de 18e eeuw, heeft grote invloed gehad op hoe er tegen het opvoeden van kinderen wordt aangekeken. Hij is vooral bekend met zijn boek 'Emile’, dat nog steeds wordt gelezen. Wat kunnen we van Rousseau leren over de leerling in de digitale samenleving? We stelden de vraag aan filosoof Daan Roovers. 

"We denken vandaag de dag dat kinderen heel veel aan kunnen", zegt ze. "Dat ze vroeg mondig en vroeg wijs zijn. Maar komt bepaalde informatie niet te vroeg voor ze? Wat kinderen bijvoorbeeld in het Jeugdjournaal zien, kunnen ze totaal niet relateren aan de wereld waarin ze leven. Als ouder of leraar hoef je niet alles bij kinderen weg te houden, maar we kunnen daar wel voorzichtiger in zijn.” 

Jul 12, 2017

 

Digitale geletterdheid is belangrijk voor Leerlingen van Openbaar Onderwijs Groningen (O2G2). Leerlingen werken 4 uur in de week aan hun digitale vaardigheden. Dat geldt voor kleuters maar ook voor leerlingen in 6 vwo.   Hoe dit eruit ziet in de praktijk? Beluister de nieuwste Kennisnet-podcast.

In deze Kennisnet-podcast interviewen we bestuurder Theo Douma, die een jaar geleden begn met de ontwikkeling van een leerlijn digitale geletterdheid. Voor deze podcast bezochten wij ook een van zijn scholen.


Pilots lessen digitale geletterdheid

O2G2 zet stevig in op digitale geletterdheid. In het schooljaar 2016-2017 zijn op 8 scholen verschillende pilots gestart op 8 scholen met lessen in digitale geletterdheid. gestart. Het toekomstbeeld: een leerlijn die start bij de kleuters en doorloopt tot aan de laatste klas van het vwo.

O2G2 benadert digitale geletterdheid als een het geheel van digitale kennis en vaardigheden, die bestaand uit 4 vier componenten: ict-basisvaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking. “Deze vaardigheden vormen de basis voor van onze leerlijn, waar ook SLO en FutureNL aan meewerken. Je kunt het zien als onze ‘digitale geletterdheid-grondwet’. Het is aan de scholen zelf om te bepalen op welke manier deze componenten in de lessen worden aangeboden.”, zegt Douma.


Geef personeel de ruimte

Wat doet Douma anders dan andere bestuurders? Hij geeft zijn personeel ruimte. “Wat wij niet doen is alles van A tot Z doordenken. Met een plan van aanpak, en het opstellen van teveel doelen, uitgevoerd door schoolleiders en leraren zodat alles over drie jaar alles is geregeld. Die illusie moet je niet hebben. We hebben een doel en een globaal plan, maar we leggen niet teveel vast”.

“Bij de een startbijeenkomst hebben we dan ook gezegd: ‘Je mag fouten maken, echt waar. Sterker nog, als je geen fouten hebt gemaakt, ben je niet tot het uiterste gegaan’. Het is goed om out-of-the-box te denken. Als het goed is voor de leerling, mag je best wat risico’s nemen.”


Ruimte voor creativiteit

Leerkracht Koen Buiter - ook te horen in de podcast - is door Douma aangesteld als ‘deelprojectleider digitale geletterdheid’. Een dag in de week zet hij pilots op bij scholen die bijdragen aan de leerlijn digitale geletterdheid. Buiter heeft de tijd van zijn leven. “Er ontstaan teams van mensen van verschillende scholen. Het bestuur geeft ons veel ruimte voor creativiteit. Dat is erg inspirerend. Ik heb nog nooit zo’n leuke baan gehad.”

Jul 4, 2017

Het Internet of Things en het onderwijs

"Het Internet of Things, het gebruik maken van internet door alledaagse objecten, heeft veel potentie in het onderwijs en veiligheid is het belangrijkste aandachtspunt hierbij". Deze conclusie trekken Els Booij, Wietse van Bruggen en Michael van Wetering na hun bezoek aan de SXSW Interactive conferentie in Austin, Texas. In de nieuwe Kennisnet podcast vertellen zij over de laatste ontwikkelingen op  dit gebied.

Els Booij, Wietse van Bruggen en Michael van Wetering,  experts bij Kennisnet, houden zich onder andere bezig met het verkennen, analyseren en duiden van nieuwe technologietrends. Ze kijken vooral kritisch naar de toegevoegde waarde van technologie voor (de organisatie van) onderwijs. Op de SXSW Interactive conferentie  bezochten zij sessies over het Internet of Things. Welke inzichten leverde dit op?

De mens als onderdeel van het Internet of Things

“Bij het Internet of Things denk je misschien aan  mogelijkheden om via sensoren het licht te  bedienen, of aan apparaten die energiegebruik in een gebouw  optimaliseren. Als mens kun je ook onderdeel zijn van het Internet of Things: bijvoorbeeld door het dragen van een zogenaamde ‘wearable’, een stuk draagbare technologie op  het lichaam” zegt Van Bruggen.

“Ook is het mogelijk om door middel van deze technologieën emoties te herkennen, feedback te geven aan de drager of software meer te personaliseren. Ook makers van onderwijsproducten oriënteren zich op het gebruik van emotieherkenning. Een spannend gebied waarin het ook van belang is om over ethische grenzen te praten,” stelt Van Bruggen.

Superpowers

‘Wearables’ kunnen ook gebruikt worden om veel informatie te geven.  Booij bezocht een sessie waarin  andere toepassingen van ‘wearables’ gepresenteerd werden. “Deze wearables kunnen je als het ware superpowers geven. Middels Google Glass kunnen brandweermannen bijvoorbeeld informatie ontvangen  van een gebouw dat ze moeten betreden. Door het dragen van handschoenen die zogenaamde haptische feedback (gevoelsmatig en tastbaar) geven aan spieren,  kun je een pianostuk leren spelen.  Deze toepassing wordt ook gebruikt bij  een herstelproces om spieren weer in beweging te brengen, en daarmee  het proces van herstel versnellen”, aldus Booij.

“Veiligheid is een probleem bij het Internet of Things”

Het Internet of Things heeft veel potentie voor toepassing in het onderwijs,  het onderwijsproces en de ondersteunende fysieke infrastructuur. Veiligheid is wel het grootste aandachtspunt. Van Wetering en Van Bruggen bezochten een sessie met Vint Cerf: een vice-president bij Google. Hij wordt ook wel de vader van het Internet genoemd.“Hij maakt zich grote zorgen over de veiligheid van het Internet of Things. Volgens hem is het Internet of Things de grootste ontwikkeling van het internet en is het van groot belang dat we het veiligheidsissue oplossen zodat Internet of Things een succes wordt”, zegt Van Wetering.

Gebruik schoolgebouw beheersen
Concrete mogelijkheden voor het onderwijs zijn het gebruik van deze technologie om het gebruik van een gebouw te optimaliseren. Denk hierbij aan het verminderen van het energieverbruik, het optimaliseren van het gebruik van de ruimte in het gebouw en het bewaken en optimaliseren van het interne klimaat (zuurstof en temperatuur).  

Beluister de podcast met de Kennisnetexperts

Beluister hieronder de Kennisnet podcast of abonneer je via iTunes op de podcasts van Kennisnet. Op kn.nu/kennisnetpodcast vind je een overzicht van eerdere podcasts.

 

Jun 13, 2017

‘’Het gesprek over het digitale leven van leerlingen in het hier en nu, moet veel meer gewicht krijgen.” Dat zegt pedagoog Joop Berding, in gesprek met Remco Pijpers in deze Kennisnet podcast over leerlingen in de huidige digitale samenleving. Berding laat zich hierbij inspireren door pedagoog Janusz Korczak.   

Joop Berding is pedagoog, docent en onderzoeker op Hogeschool Rotterdam en auteur van het boek ‘Ik ben ook een mens’. Daarnaast is hij Korczcak-kenner.

Grondlegger kinderparticipatie

Janusz Korczak was een Poolse-Joodse pedagoog, die ook wel de grondlegger van de kinderparticipatie wordt genoemd. In 1919 formuleerde hij, ver voor het officiële Verdrag over de rechten van het kind, zijn ‘Grondwet over de rechten van het kind’. Daarin staat onder andere:

  • dat een kind recht heeft op de dag van vandaag
  • dat een kind het recht heeft te zijn wie het is.

In 1912 stichtte hij een weeshuis, waarmee hij zijn ideaal in de praktijk bracht. Kinderen betrok hij bij de dagelijkse gang van zaken, onder andere door het instellen van een kinderparlement, en het oprichten van een krant - de eerste ter wereld waarvan de redactie geheel uit kinderen bestond. De geschiedenis van deze ‘kinder-republiek’ kende een verdrietig einde. In 1942 werden alle inwoners van het weeshuis vanuit het getto van Warschau naar Treblinka getransporteerd. Korczak kreeg de kans te ontsnappen, maar hij koos ervoor tot het einde bij de kinderen te blijven.

Wat zou Korczak aanspreken uit onze digitale tijd?

"Korczak was voor het meedoen van kinderen,” zegt Berding. “Hij was iemand die, als hij nu zou leven, de uitvinder kon zijn van sociale media. Hij zou er enthousiast over zijn omdat ze kinderen de mogelijkheid geven zelf internetpagina’s te maken. Zijn krant, de Kleine Revue, zou zeker een Facebook-pagina hebben gekregen. Tegelijkertijd vond hij een kindgerichte en gemeenschapsgerichte cultuur belangrijk, een cultuur waarin kinderen volledig tot hun recht komen. Maar wel binnen een zo rechtvaardig mogelijke samenleving.”  

Berding vraagt zich af of sociale media wel zo kind- en gemeenschapsgericht zijn. “Janusz Korczak zou kritisch zijn. Tellen kinderen werkelijk mee voor sociale media-bedrijven? De advertenties die kinderen over zich heen krijgen, spreken boekdelen.”

 

May 24, 2017

Er zijn steeds meer concrete toepassingen van kunstmatige intelligentie voor het onderwijs. Deze conclusie trekken Els Booij, Wietse van Bruggen en Michael van Weterering na hun bezoek aan de SXSW Interactive conferentie in Austin, Texas. In de nieuwe Kennisnet podcast vertellen zij over de laatste ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie en robots.

Els Booij, Wietse van Bruggen en Michael van Wetering zijn Kennisnetexperts en houden zich onder andere bezig met het verkennen, analyseren en duiden van nieuwe technologietrends. Ze kijken vooral kritisch naar de toegevoegde waarde van technologie voor (de organisatie van) onderwijs. Op de SXSW Interactive conferentie bezochten zij sessies over kunstmatige intelligentie (artificial intelligence), slimme computers, algoritmen en robots. Welke ontwikkelingen vielen hen op?

Ontwikkeling van slimme robots staat nog in de kinderschoenen
Spraakherkenningstechnologie ontwikkelt zich razendsnel, maar de ‘persoonlijke vaardigheden’ van kunstmatige intelligentie staat nog in de kinderschoenen. Echt menselijk lijkend gedrag vertonen ze nog niet. ”Het schrikbeeld van een slimme supercomputer die de mensheid wil uitroeien, is nog steeds science fiction”, concludeert Els Booij. Dit komt doordat slimme robots en computers vooral werken op basis van informatie die wij mensen ze hebben gegeven en geleerd. Ze ontwikkelen zichzelf vanuit de beginsituatie, geprogrammeerd door mensen.

Michael van Wetering vergelijkt de huidige ontwikkeling van kunstmatige intelligentie met de tijd van de Wright Brothers in de luchtvaart: het komt van de grond, maar onbedoeld stort er ook nog wel eens wat neer. De luchtvaart heeft zich daarna in relatief korte tijd zeer sterk ontwikkeld. Experts zeggen dat dit groeiscenario ook voor kunstmatige intelligentie zeer goed mogelijk is.

Profiteren van slimme computers, algoritmen en robots
Dagelijks maken we allemaal al gebruik van ‘machine learning. Machine learning is een vorm van intelligentie waarbij computers patronen herkennen, en vervolgens uit die patronen leren. “Een voorbeeld is het gebruik maken van een e-mailprogramma of door het uitvoeren van een zoekopdracht op je telefoon via spraakherkenning. Diensten voor e-mail kunnen bijvoorbeeld zelf spam wegfilteren doordat het systeem, door de grote hoeveelheid e-mail die het verwerkt, kenmerken van spam e-mails heeft leren herkennen” vertelt Wietse van Bruggen.

Binnen het onderwijs zijn al veel oefen- en toetsprogramma’s in gebruik die zich slim aanpassen aan het niveau van de leerling. Michael van Wetering ziet in de nabije toekomst mogelijkheden op het gebied van stelopdrachten. ”Deze zijn essentieel in de taalontwikkeling van leerlingen, maar kosten veel tijd om na te kijken. Tekstanalyse en feedback inspreken en deze om laten zetten naar tekst zou je door middel van kunstmatige intelligentie kunnen uitvoeren. Dit levert de leraar veel tijdwinst op en leerlingen krijgen sneller feedback.” Andere mogelijkheden liggen op het gebied van ‘factcheckers’: slimme computerprogramma’s die uitspraken in film of tekst op waarheid kunnen beoordelen. In het kader van mediawijsheid en kritisch nadenken in een wereld vol alternatieve feiten, is dit een zeer waardevolle toepassing van kunstmatige intelligentie, denkt Els Booij.

Risico’s kunstmatige intelligentie
We moeten toe naar een situatie waar we nog steeds begrijpen hoe  kunstmatige intelligentie tot een bepaalde conclusie komt, vindt Michael van Wetering. Dat betekent dat deze slimme computers ons op een simpele manier moeten uitleggen hoe ze een heel complexe opdracht hebben uitgevoerd. Op deze manier gaan we niet blind af op de conclusie die kunstmatige intelligentie trekt. Zo wordt kunstmatige intelligentie meer ‘aanvullende intelligentie’ (augmented intelligence), waarbij computers ons helpen bij het maken van de juiste beslissingen, in plaats van dat ze het werk van ons overnemen.

Wietse van Bruggen ziet ook nog wel andere gevaren. ”Je kunt kunstmatige intelligentie bijvoorbeeld ook foute dingen aanleren, zodat deze bijvoorbeeld een stopbord als een voorrangsbord interpreteert. Dit soort risico’s worden gelukkig onderkend door vooraanstaande onderzoekers op dit gebied. Zij gaan daarom ook actief aan de slag met dit soort vraagstukken”.

Beluister de podcast met de experts van Kennisnet
Beluister hieronder de Kennisnet podcast of abonneer je via iTunes op de podcasts van Kennisnet. Op kn.nu/kennisnetpodcast vind je een overzicht van eerdere podcasts.

Apr 19, 2017

Technologie is geen vereiste voor onderwijs dat rekening houdt met de individuele behoeften van leerlingen, maar bespaart wel tijd. Deze conclusie trekken Els Booij, Wietse van Bruggen en Michael van Wetering naar aanleiding van hun recente bezoek aan de SXSWedu conferentie in Austin, Texas. Welke indrukken en inzichten hebben zij daar nog meer opgedaan? In deze Kennisnet-podcast vertellen zij over technologie die gepersonaliseerd leren ondersteunt.

Els Booij, Wietse van Bruggen en Michael van Wetering zijn experts bij Kennisnet en houden zich onder andere bezig met het verkennen, analyseren en duiden van nieuwe technologietrends. Ze kijken vooral kritisch naar de toegevoegde waarde van technologie voor (de organisatie van) onderwijs. Op de SXSWedu-conferentie vielen hen de volgende ontwikkelingen op.

Edbots beantwoorden vaakgestelde vragen en activeren leerlingen
Chatbots worden meer en meer ingezet door bedrijven die contact onderhouden met grote groepen klanten met vragen over producten of in administratieve processen. Deze toepassing staat in het onderwijs bekend onder de naam ‘Edbots’. Deze Edbots blijken succesvol bij het beantwoorden van vragen van leerlingen over hun opleiding, dit doen zij 24/7. Ook werken deze Edbots heel goed bij het stimuleren van leerlingen om net-op-tijd lesvoorbereiding te doen. Wietse vertelt bovendien hoe Edbots de ‘summer melt’ - vastlopende leerlingen in taaie inschrijfprocessen voor vervolgopleidingen – kunnen verlichten.

Virtual Reality: interessante technologie, terughoudend met toepassing in onderwijs
Hoewel VR (virtual reality) interessante technologie is, ontbreekt vooralsnog bewijs dat de technologie leeropbrengsten verhoogt. Daarnaast heeft de technologie vervelende bijeffecten, zoals misselijkheid en desoriëntatie, waar fabrikanten van de headsets ook voor waarschuwen. Zij adviseren beperkte toepassing bij kinderen onder de 12 jaar. Els Booij concludeert op basis van diverse presentaties bij SXSWedu dat de technologie zeker potentieel heeft maar dat vooralsnog terughoudendheid past bij de toepassing in het onderwijs.

Het gaat (weer) om onderwijs, ondersteund door technologie
Wietse van Bruggen ziet bij deze conferentie een breed publiek van onderwijsmensen, onderzoekers en kleine en grote marktpartijen die met elkaar in dialoog gaan over onderwijs en de bijdrage die technologie daaraan kan leveren. Zo’n dialoog is zeer waardevol maar helaas ook nog zeldzaam.
Tot haar spijt zag Els Booij geen verrassende nieuwe toepassing van technologie, hoewel we daaruit ook kunnen concluderen dat we in Nederland/Europa goed op de hoogte zijn van de belangrijkste ontwikkelingen.
Michael van Wetering constateert dat het Amerikaanse onderwijs zeer volwassen omgaat met de technologiemarkt door nadrukkelijk producten te selecteren die bewezen resultaten opleveren. Daarbij worden goede afspraken gemaakt over het eigendom van de data van leerlingen en leraren. Het onderwijs gaat bovendien pragmatisch om met innovatieve producten waarvan in eerste instantie vooral kwalitatieve resultaten beschikbaar zijn, het kwantitatief onderzoek komt immers pas beschikbaar als technologie enige tijd wordt toegepast.

Meer weten over de SXSWedu conferentie?
Beluister hieronder de Kennisnet podcast of abonneer je via iTunes op de podcasts van Kennisnet. Op kn.nu/kennisnetpodcast vind je een overzicht van eerdere podcasts.

Apr 7, 2017

De discussies over technologische toepassingen in de klas gaan volgens pedagoog Pedro de Bruyckere niet zozeer over techniek als wel over pedagogiek. “Het gaat eerder over vragen als ‘Hoe kun je een kind meer zeggingskracht geven?’ en ‘Hoe kun je een leerling meer autonoom laten werken?’,” legt hij uit in de Kennisnet podcast over digitale geletterdheid.

 Pedro De Bruyckere ( http://xyofeinstein.be/) is pedagoog en jongerenonderzoeker aan de Arteveldehogeschool in Gent. Hij schreef diverse boeken over de jongerencultuur, waaronder ‘Jongens zijn slimmer dan meisjes’ (2013) en ‘Meisjes kijken – meisjescultuur in de spiegel’ (2013).

Zijn boek Ik was 10 in 2015 publiceerde hij samen met collega Bert Smits. Hierin beschrijven zij de tendensen die invloed hebben op de levens van kinderen en jongeren.

Voor technologie in het onderwijs ziet De Bruyckere vooral een ondersteunende rol, legt hij in de podcast uit. De discussies over technologische toepassingen in de klas gaan volgens hem niet zozeer over techniek als wel over de manier van lesgeven: “Als je er op een afstand naar kijkt, merk je dat het eerder gaat over vragen als ‘Hoe kun je een kind meer zeggingskracht geven?’ en ‘Hoe kun je een leerling meer autonoom laten werken?’,” legt hij uit. Pedagogische discussies, noemt hij dit, waarbij het in feite gaat over ervoor zorgen dat kinderen zijn voorbereid op de toekomst. ”Je kunt ook werken met moderne technologie en  toch compleet ouderwets lesgeven, zonder dat er iets van gepersonaliseerd werken bij komt.”

Zo is hij ook niet onverdeeld positief over programmeren als vak in het onderwijs. “Volgens mij is er verwarring over of het een doel is of een middel,” zegt hij. Zolang het bedoeld is om kennis te maken met programmeren als vak, staat De Bruyckere erachter. Dat verandert zodra het een middel wordt om vaardigheden als probleemoplossend vermogen te verwerven, omdat daar meerdere methoden voor zijn.

Veel relevanter vindt hij het dat kinderen andere dingen leren. In de podcast gaat De Bruyckere in op het model van Unesco, met vaardigheden die leerlingen moeten leren voor de wereld van morgen. Samengevat gaat het om leren weten, leren ageren, leren samenleven en leren jezelf te zijn. De Bruyckere voegde daar ‘leren kiezen’ aan toe. Hij denkt dat dit nodig is vanwege de overvloed aan keuzemogelijkheden die kinderen hebben terwijl hun tijd beperkt is. “Hoe geef je aan kinderen mee dat niet alles kan? En hoe maak je goede afwegingen?”

Hij verwacht dat pedagogische discussies in de komende jaren gaan over de vraag hoe we jongeren de drie ingrediënten kunnen geven die zij nodig hebben voor hun ontwikkeling: ruimte, tijd en vergeten. ”Vroeger was de school de plek van de vrije tijd, de vrije ruimte,” zegt De Bruyckere. Vandaag de dag staan deze onder druk, constateert hij, bijvoorbeeld vanwege prestatiedruk.

Mar 20, 2017

“Heb een open relatie met je leerlingen en heb vertrouwen in ze. Het komt allemaal goed met ze, ook op internet.” Dat zegt Bart Ongering in de Kennisnet-podcast. Ongering staat beter bekend als ‘Meester Bart’. Op 30 maart is hij keynote-spreker op het VO-congres 2017.

Bart Ongering (35) is docent Engels op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer in Amsterdam Zuidoost. Daarnaast is hij mentor van een examenklas en zorgmentor voor leerlingen met problemen. Maar hij is ook schrijver, met een column in de krant Trouw. Een verzameling columns is gebundeld in het boek ‘Meester Bart op zijn best’. En dan heeft hij ook nog duizenden volgers op Twitter en Facebook.

Hoe krijg je als leraar grip op leerlingen en hun digitale leefwereld?
"Het begint met je er bewust van zijn dat je leerlingen in een andere tijd opgroeien. Ze weten niet beter dan dat er internet is. Het is vanzelfsprekend voor ze. Ik ben 35 jaar. Wij kregen internet thuis in 1998. Voor ons is internet dus pas later in ons leven gekomen. Je hoeft leerlingen niet meer te leren hoe ze op internet gaan. Veel basisvaardigheden doen ze als vanzelf op. Je moet het meer met ze hebben over hoe je communiceert. Hoe stel je een goede e-mail op? Welke taal gebruik je? Welke boodschap wil je vertellen?

"Maar het is niet alleen internet. De leerlingen van nu zijn opgegroeid na de aanslagen op de Twin Towers 11 september 2001. Na de komst van de euro. Het is een andere generatie.
"Zelf zit ik op Facebook en Twitter, maar de leerlingen hebben me geleerd wat SnapChat is en hoe dat werkt. Daar had ik ze hard bij nodig. Dat was wel een reality-check: ‘O ja, meester Bart wordt ook ouder.’ Haha. Als leraar mag je ook je zwakte laten zien.

Wat speelt er bij leerlingen op internet? Wat hoor je als mentor?
"Ik vraag aan het begin van het schooljaar wie actief is op sociale media, en natuurlijk steekt iedereen zijn vinger op. Dan zien ze dat ze dat met elkaar gemeen hebben. Het mooie aan mentor zijn is dat je een vertrouwensband met je leerlingen kunt opbouwen. In mijn mentorles zijn sociale media een vast item.

“Ik praat met leerlingen over hoe je met elkaar omgaat in een groeps-app. Dat doe ik niet door te zeggen wat normaal en niet normaal is. Ik stel ze vragen. Ik vraag: ‘Wat vinden jullie normaal en niet normaal?’ Ze weten dat donders goed. Door daar in een open sfeer over te praten, kom je heel ver. Het is goed dat kinderen van elkaar horen wat hun ervaringen zijn. Meestal zijn ze de groeps-app al begonnen in groep 8. Ze hebben een verleden met elkaar. Ze zijn vaak al heel veel ervaringen rijker. En door ze te laten praten, merken ze hoeveel overeenkomsten ze hebben met elkaar.

“Als er problemen zijn, dan spelen die zich niet meer zozeer af in de pauzeop het schoolplein, maar via sociale media, op smartphones. Er wordt geroddeld, of leerlingen zijn verliefd en er worden dingen gezegd die ze beter niet hadden kunnen zeggen. Maar wij volwassenen kunnen ons daar soms te druk over maken. Ja, tieners maken fouten. Ze hebben woorden via sociale media, maar heel snel daarna staan ze weer samen op het voetbalveld, alsof er niks aan de hand is.Kinderen hebben een dikkere huid dan we vaak denken.”

Over de podcastserie 'Onder pedagogen'
In de podcastserie 'Onder pedagogen' gaat Remco Pijpers in gesprek met mensen uit het onderwijs over de leerling in de digitale samenleving. Dat doet hij vanuit een pedagogisch perspectief. Elke aflevering staan hij en zijn gast stil bij het perspectief van een invloedrijke pedagoog of denker.

Beluister hieronder de podcast of abonneer je via iTunes op de podcasts van Kennisnet.

Mar 13, 2017

In het Kennisnet Trendrapport 2016-2017 komt het begrip Internet of Things zeker twintig keer voor. Gaat deze technologische trend de komende vijf jaar nog een belangrijke rol spelen; of is het een hype?

Internet of Things als doorontwikkeling van het Internet
In deze podcast bespreken Michael van Wetering (Strategisch adviseur Innovatie) en Hans Pronk (onafhankelijk adviseur en internet expert) wat het Internet of Things is. En welke mogelijke toepassingen voorzien zij in het onderwijs voor deze(door)ontwikkeling van het Internet waarbij alledaagse voorwerpen verbonden worden met het netwerk en daarmee gegevens (data) uitwisselt.

Beluister het gesprek tussen Michael en Hans
Meer weten? Beluister deze podcast met Hans Pronk en abonneer je via iTunes. Je ontvangt nieuwe afleveringen daarna automatisch zodat je ze kunt beluisteren op je telefoon of tablet wanneer en waar jou dat goed uitkomt.

Mar 3, 2017

Op 23 januari 2017 nam Simone Walvisch afscheid als vicevoorzitter van de PO-Raad, de sectororganisatie voor het primair onderwijs (po). In deze Kennisnet podcast kijken we met haar terug op haar loopbaan en op het onderwerp innovatie en ict. Simone Walvisch begon haar carrière in 1981 als lerares Nederlands, waarna ze diverse bestuurlijke rollen vervulde. Bij de PO-Raad zag ze al vroeg de kansen van ict voor het onderwijs.

Volgens Toine Maes, directeur van Kennisnet, verdient Walvisch hier erkenning voor. "De PO-Raad heeft ict als strategisch belangrijk domein ten volle gezien en omarmd. Dat is in belangrijke mate de verdienste van Simone. Hoe zij het bestuursakkoord en het Doorbraakproject heeft ingezet als vehikels om de sector naar een hoger plan te tillen, getuigt van visie en lef."

Uitdagingen voor de leraar
In de podcast staat Walvisch onder meer stil bij de uitdagingen voor de leraar. "Ict kan helpen een kind naar een ander niveau te tillen", aldus Walvisch, "maar het bewust zijn van wat je doet, de reflectie op dat proces - daar heb je de leraar voor nodig. Ict kan de kwaliteit van het onderwijs alleen verbeteren, als we over meer leraren beschikken die goed kunnen observeren en analyseren. Dat vraagt om meer hoger opgeleide leraren."

Bestuurders moeten durven
Ook voor bestuurders is er nog werk aan de winkel. "Bestuurders moeten schooldirecteuren meer durven te bevragen over hun visie op onderwijs en ict. Nu willen de meeste bestuurders niet tornen aan de autonomie van de school. Je hoeft je schoolleiders ook niet een onderwijsvisie op te leggen. Maar wil het onderwijs vooruit met ict, dan moet de bestuurders de schoolleider wel meer vragen: 'Hoe heb je je middelen aan ict besteed?', 'Hoe pakte dat uit?', 'Wat ging goed?', 'Hoe kun je jezelf verbeteren?." Walvisch is vicevoorzitter af en een ridderorde rijker: op 24 januari werd ze voor haar onderwijsinzet benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Ze blijft voor twee dagen per week verbonden aan de PO-Raad als adviseur. "Ik ben nog niet klaar."

Beluister hieronder de podcast of abonneer je via iTunes op de podcasts van Kennisnet.

Feb 2, 2017

“Stel de relatie met de leerling voorop in het digitaal geletterd maken van kinderen, leg niet de nadruk op het aanleren van competenties.” Dat zegt Siebe Hentzepeter, (schoolleider basisschool De Witte Olifant in Amsterdam) in de Kennisnet podcast. Hij laat zich in dit gesprek inspireren door pedagoog Luc Stevens.

In de podcast, die je onderaan dit artikel kunt beluisteren, interviewt Remco Pijpers (strategisch adviseur digitale geletterdheid bij Kennisnet) Siebe Hentzepeter over het gedachtengoed van Luc Stevens.

Luc Stevens is directeur van het Nederlands Instituut voor Onderwijs- en Opvoedingszaken (NIVOZ) en was tussen 1981 en 2002 hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit van Utrecht. Stevens, voor veel scholen een grote pedagogische inspiratiebron, is wars van een ‘prestatiegerichte competitie tussen leerlingen en scholen’.

‘Een docent heeft liefde voor het kind en toewijding aan zijn of haar vak nodig. Het product van het onderwijs schuilt in het proces - de groei en talentontwikkeling van de leerling’, staat in zijn biografie op de website van NIVOZ.


Competentie, relatie en autonomie

Volgens Stevens vormen 3 basisbehoeften de leidraad bij goed onderwijs: competentie, relatie en autonomie. Dat is ook de leidraad in het werk van Siebe Hentzepeter en behulpzaam in het digitaal geletterd maken van leerlingen.

Hentzepeter is met zijn 74 jaar één van de oudste schoolleiders van het land. Hij heeft een bijzondere belangstelling voor technologische veranderingen in de samenleving en de impact daarvan op leerlingen. Hij gaat in op de vraag: Wat kunnen we leren van Luc Stevens in het digitaal geletterd maken van leerlingen?

“Heel simpel. Door te praten. Door vragen te stellen”, zegt Hentzepeter. “Wie zit er op sociale media? Wie houdt een vlog bij? Tot je verrassing blijken leerlingen dat al heel jong te doen. Die hebben volgers. En daar zit soms een kind bij van wie je dat totaal niet verwacht.

Zo’n leerling krijgt de kans erover te vertellen, heeft een succeservaring. Je ziet hem of haar dan bijna letterlijk groeien. Zo treed ik in hun wereld. En zij denken: hij mag wel een ouwe zijn, maar hij is wel op de hoogte. Ook al weet je misschien helemaal niet zo veel. Je legt een relatie door interesse te tonen voor hun digitale wereld.”

Zorgen over digitale tweedeling

Hentzepeter maakt zich zorgen over de digitale tweedeling, en maakt zich druk om het verschil in digitale vaardigheden tussen het type leerling dat bij hem op school zit (“met betrokken ouders, die reageren op verzoeken als je hun hulp nodig hebt”) en de leerlingen die het moeilijk hebben, zoals op de scholen in Amsterdam Zuidoost waar zijn 2 zonen lesgeven.

“Ik ben op 17 basisscholen in Amsterdam directeur geweest, ook in delen van Amsterdam waar kinderen niet gemotiveerd zijn om te leren. Dat is omdat ze allerlei problemen hebben. Ze komen moe op school, of ze komen helemaal niet school.

Op mijn huidige school hebben we tijd over en bespreken we welke stof we kunnen toevoegen. Chinees, programmeren, dat soort dingen. Mijn zonen moeten keihard werken om hun leerlingen bij te spijkeren in rekenen, begrijpend lezen, enzovoorts.

Maar eerst hebben ze zich te verdiepen. In hun leerlingen. Wat is de oorzaak van hun problemen? Wat blokkeert ze? Aan andere dingen kom je nauwelijks toe. Maar ook deze kinderen hebben digitale vaardigheden nodig. We moeten in Nederland veel meer doen om leerkrachten te ondersteunen daar toch een mouw aan te passen.”

Over de podcastserie 'Onder pedagogen'

In de podcastserie 'Onder pedagogen' gaat Remco Pijpers in gesprek met mensen uit het onderwijs over de leerling in de digitale samenleving. Dat doet hij vanuit een pedagogisch perspectief. Elke aflevering staan hij en zijn gast stil bij het perspectief van een invloedrijke pedagoog of denker.

Feb 1, 2017

Ict platforms bestaan uit onderdelen die van elkaar afhankelijk zijn om goed te kunnen functioneren, net zoals dier- en plantsoorten in de natuur van elkaar afhankelijk zijn om te kunnen overleven. Ik ben in gesprek met Hans Pronk die - als expert op het gebied van internettechnologie - zijn visie geeft op marktontwikkelingen en de conclusies die schoolbesturen daaruit kunnen trekken.

In deze podcast bespreken we de verschillende onderdelen waaruit een ict-ecosysteem is opgebouwd en welke afhankelijkheden verschillende leveranciers daarin hebben aangebracht. Het ecosysteem van een leverancier beoogt veelal integratie en samenwerking van onderdelen binnen dat systeem, maar welke beperkingen levert dat op als je combinaties van producten van verschillende leveranciers wilt gebruiken?

Bouwstenen van het ict ecosysteem

Het ecosysteem is het geheel van devices met hun besturingssysteem, appstore, beheer- & klassenmanagement mogelijkheden en het cloudplatform dat de kern vormt van zo’n systeem. De cloudomgeving bevat naast toepassingen vaak ook functionaliteit om devices eenvoudig te kunnen beheren en klassenmanagement te ondersteunen. Zo bevat Google apps for Education naast Google Classroom ook voorzieningen om Chromebooks eenvoudig te kunnen beheren. Die mobiele devices vormen een andere belangrijke bouwsteen die niet altijd elke cloudomgeving ondersteunen. Zo werken Chromebooks het beste samen met de Google cloudomgeving terwijl Windows Laptops vooral goed werken in de Office 365 omgeving en Apple devices zoals iPads in elke cloudomgeving goed functioneren.

Volg het business-model van de leverancier

De oorzaken van afhankelijkheden en beperkingen in ict ecosystemen zijn eenvoudig verklaarbaar uit de keuzes die leveranciers maken om inkomsten te genereren. Microsoft verkoopt software licenties en abonnementen, daarom is het in haar belang Microsoft software goed te laten werken op elk device. Apple verkoopt vooral devices en verdient aan de verkoop van apps, daarom bevordert ze een breed aanbod van applicaties op haar devices. Google’s genereert vooral inkomsten door haar gebruikers heel goed te kennen en hen een persoonlijk aanbod te kunnen doen. Dat begint bij de juiste zoekresultaten maar wordt altijd begeleid door gerichte advertenties waarvoor andere partijen hen betalen. Daarom biedt Google gratis clouddiensten aan die worden gefinancierd uit de advertentieinkomsten. Die clouddiensten zullen ook altijd gegevens over haar gebruikers verzamelen, dat vormt het fundament voor de gerichte advertenties die google verkoopt. Chromebooks zijn daarom ook uitsluitend gericht op het gebruik van (Google’s) clouddiensten en ondersteunen geen lokale toepassingen die immers niet bijdragen aan de profielinformatie van de gebruiker. Lettend op deze belangen is het goed mogelijk het gedrag van elke leverancier te voorspellen en zelf te beslissen welk ecosysteem en eigenschappen het beste past bij jullie school.
Tot slot is Amazon ook een belangrijke speler in de cloud, maar vooral op de achtergrond als toeleverancier van zeer efficiënte bouwblokken (opslag, rekenkracht) die het fundament vormen van de clouddiensten van een groot deel van de markt.

Beluister de podcast met Hans Pronk

Meer weten? Beluister hier de podcast met Hans Pronk en abonneer je via iTunes. Je ontvangt nieuwe afleveringen daarna automatisch zodat je ze kunt beluisteren op je telefoon of tablet wanneer en waar jou dat goed uitkomt.

Jan 25, 2017

We moeten leerlingen vooral kritische zin bijbrengen, kritische zin tegenover digitale beïnvloeding. Dat zegt Marjan Schwegman, biografe van Maria Montessori in de Kennisnet podcast waarin Remco Pijpers (strategisch adviseur digitale geletterdheid bij Kennisnet) Marjan Schwegman interviewt over Maria Montessori en de leerling in de digitale samenleving.

Hoe kun je je als schoolbestuur, schoolleider of als leraar laten inspireren door het gedachtegoed van de Italiaanse pedagoge om met digitale geletterdheid aan te slag te gaan?

Behalve Montessori-biografe was Marjan Schwegman tussen 2007 en 2016 directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). Tevens was zij Bijzonder Hoogleraar Vrouwengeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht.

Stel dat Montessori nu zou hebben geleefd, wat zou ze van tablets hebben gevonden?

Schwegman: "Dan zou ze vooral heel enthousiast zijn. Door middel van aanraking andere delen van de wereld te ervaren, zoals bijvoorbeeld Afrika, zou haar zeer hebben aangesproken. Een tablet stelt kinderen ook in staat zelf een zoektocht op te zetten, volgens de eigen voorkeuren, precies zoals zij belangrijk vond.

Wat ze wel problematisch zou hebben gevonden, is het risico dat je een scherm voor de werkelijkheid aanziet. Zij zou in het onderwijs een tablet altijd hebben gebruikt in combinatie met echte zintuiglijke ervaringen."

Denkend aan Montessori, wat is de belangrijkste leeropdracht, juist nu, in deze digitale tijden?

Schwegman: "Vrije ontplooiing, vooral het vrije, zoveel mogelijk vrij van beïnvloeding. Kinderen kritische zin bijbrengen ten opzichte van digitale beïnvloeding. Denk aan de beïnvloeding via advertenties op internet, maar ook aan de invloed van nepnieuws."

Moderne propaganda, zo noemt ze het verspreiden van nep-nieuws of het verdraaien van feitelijk nieuws. Ze ziet een belangrijke opdracht voor de docent om leerlingen te laten zien hoe digitale beïnvloeding werkt.

"Alleen al het behandelen van casussen in de les kan enorm leerzaam zijn. Neem het voorbeeld van een bericht over Sylvana Simons, die zou vinden dat het zwarte scheidsrechtertenue moet worden afgeschaft.

Dat nep-nieuwtje stond op een satirische website, bij wijze van grapje. Maar deze werd gedeeld op een serieuze Facebook-pagina, waar mensen het bericht voor waar hielden. En zo verspreidde het zich als ‘nieuws’ via sociale media. Als docent kun je dat met je leerlingen bespreken: hoe heeft het zover kunnen komen? Hoe gaat zoiets in zijn werk?"

Over de podcastserie 'Onder pedagogen'
In de podcastserie 'Onder pedagogen' gaat Remco Pijpers in gesprek met mensen uit het onderwijs over de leerling in de digitale samenleving. Dat doet hij vanuit een pedagogisch perspectief. Elke aflevering staan hij en zijn gast stil bij het perspectief van een invloedrijke pedagoog of denker.

1